Logo


03 september 2010 00:48

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Poëzie: de strijd tegen clichés

Dichters en wetenschap

In “Zwelgen wij denkend rond” (De Bezige Bij, 2009) dichten en corresponderen twee dichters met elkaar. En worden ze geïnterviewd door Bart van der Straeten. De ene is 93 en heet Leo Vroman, de andere, een Vlaming, is meer dan vijftig jaar jonger en heet Jan Lauwereyns.

Vroman is bioloog en hematoloog. Hij ontdekte dat het stollingsproces een precies tijdsverloop kent en dat bepaalde stoffen dat proces kunnen beïnvloeden. Het naar hem genoemde “Vroman-effect” heeft gevolgen gehad voor de ontwikkeling van kunstmatige aders en hartkleppen. Jan Lauwereyns (1969) is neuropsycholoog. Allebei wonen ze in het buitenland. Vroman leeft al jaren in de Verenigde Staten, Lauwereyns verhuisde van Leuven naar de V.S., trouwde met een Japanse vrouw en ruilde een Japanse universiteit voor een Nieuw-Zeelandse. Beide schrijvers zijn zeer productief, als wetenschapper en als dichter.

Maar hoe verhouden de inktpot en de retort zich tot elkaar?
Geen onttoverde wereld

Dichten en onderzoeken zijn voor Leo Vroman en Jan Lauwereyns los van elkaar begonnen. Maar ze zien geen wezenlijk verschil. Natuurlijk kan Vroman nooit in een wetenschappelijke publicatie gaan beweren dat “een geliefde in mijn hart zit”. Het hart pompt, en de liefde zit in de hersenen. “Maar”, zegt Vroman, “ik geloof dat zowel wetenschap als poëzie een instrument is om de werkelijkheid beter te begrijpen.” Geen van beiden gelooft dat wetenschap tot ‘onttovering’ leidt. Integendeel. Een wetenschappelijke vondst antwoordt op een vraag en stelt er minstens twee andere. Voor Leo Vroman maakt wetenschap de wereld niet begrijpelijker. Wetenschap maakt kleine gebieden kenbaar. “Ik kan mijn handen leren kennen en gebruiken maar begrijp ze niet. Begrijpen is een begrip dat we niet kunnen begrijpen, vrees ik.” Wel vindt Leo Vroman dat we van een wolk van onwetendheid in een wolk van kennis zijn geraakt. Met even, daartussen, de korte Renaissance “waarin alles wetmatig verklaarbaar scheen.”.

Monkey business

Meer nog dan Leo Vroman zit Jan Lauwereyns op de grens tussen wetenschap en poëzie. Niet alleen omdat hij onderzocht wat er nu precies in de hersenen van een poëzielezer omgaat. Hij schreef ook nog een roman, “Monkey business”, waarin hij zich verplaatste in het brein van een aap, die voor wetenschappelijke proeven wordt gebruikt. Het leverde hem vanwege zijn collega’s een beschuldiging van “verraad” op.

Een ander probleem vormt de taal. Lauwereyns woont al tien jaar in het buitenland, Vroman al meer dan zestig jaar. Beiden zijn wetenschappelijke globetrotters van deze tijd. Lauwereyns trouwde met een Japanse vrouw, spreekt Engels en Japans met zijn twee kinderen en schrijft, ondanks enkele pogingen om het in het Engels te proberen, in het Nederlands.

Vroman spreekt Nederlands met zijn vrouw de dichteres Tineke Sanders, maar hij leeft al meer dan een halve eeuw in Amerika. Beiden schrijven hun proza grotendeels in het Engels. Ik denk dat zij als romancier gemakkelijker voor het Engels hadden gekozen. Maar poëzie is nu eenmaal zeer taal-intiem.

Miroslav Holub (1923-1998)

In een brief schrijft Jan Lauwereyns: “Miroslav Holub was zeker een groot dichter, maar ik heb vraagtekens bij zijn wetenschappelijk gehalte.” Wat die vraagtekens zijn komt de lezer jammer genoeg niet te weten. Van Miroslav Holub is in 2008, ook al bij De Bezige Bij, een “keuze uit de gedichten en andere teksten” verschenen. Holub was als immunoloog verbonden aan het Instituut voor Klinische Experimentele Geneeskunde in Praag.

“Een Tsjechische Vroman” wordt hij door zijn vertaalster Jana Beranovà genoemd. Doceren mocht hij niet van de communistische machthebbers. Elf jaar lang kwam er ook geen boek van hem uit. In 1974 slaagde hij erin, niet als dichter maar als vakantieganger, Poetry International in Rotterdam bezoeken. Wetenschap werd in zijn werk steeds belangrijker, ook in de langere essayistische stukken, maar politiek - in bedekte termen - geschiedenis en mythologie zitten in het weefsel van zijn verzen. Miroslav Holub schrijft helder, soms op het prozaïsche af. Zijn wereld is verrassend en surrealistisch, zeer lucide en onsentimenteel, sardonisch soms en vol onverwachte omkeringen en ironische perspectiefwisselingen.

Verwondering

Bij Vroman en Holub breekt altijd de verwondering door, ook tegen een achtergrond van vervolging waarvan ze beiden het slachtoffer zijn geweest. Vroman: “Het diepste en geheimzinnigste vind ik het gedrag van atomen die entanglement, verstrengeling vertonen: hoe een deeltje gesplitst kan worden, de ene helft mijlenver verwijderd, en dat toch de twee helften zich blijven gedragen als één geheel. Dat is voor mij de uiteindelijke en totaal geheimzinnige grondstof van alle bestaan.”

In “Bloed, vergoten”, een prozatekst, vertelt Miroslav Holub hoe een buur een in zijn zwembad verdwaalde en bange muskusrat aan flarden schoot. Het is de inleiding tot een dissertatie over vergoten bloed dat zich hardnekkig probeert aan te passen aan een nieuwe omgeving, nadat de rat al lang begraven is. De uitdrukking “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan” krijgt hier nieuwe zeggingskracht. En Holub noteert: “Vergoten bloed toont aan dat er niet één enkele dood bestaat, maar een hele waterval van grotere en kleinere doden in verschillende gradaties en verschillende betekenissen. Het duistere bedrijf van de ondergang is even bijzonder en tijdelijk als het duistere bedrijf van het ontstaan.” En schreef hij niet in een vroeg gedicht (”In de microscoop”): “Ook hier zijn kerkhoven,/roem en sneeuw./En hoor ik gebulder,/oproer van immense standen”?

Reageer