In zijn bundel “De boom N” wou Peter Verhelst naar eigen zeggen de poëzie “kapot maken”. Voor het eerste dichtfragment staat het woordje “Play” afgedrukt, driehoekig symbooltje incluis. Op de laatste pagina staan de knoppen “Rewind” en “Random”. Een poëziebundel die denkt dat hij een i-pod is. Helaas: papieren bundels blijven stoïcijns statisch. Nee, dan kan je op het internet veel meer kanten uit.
Terwijl je in de real world nauwelijks nog een bundel in de boekhandel vindt, en poëzierecensies al helemaal schaars goed zijn, heeft poëzie het wereldwijde web helemaal ingepalmd: van verschillende online poëzietijdschriften en weblogs tot virtuele dichtbundels en geanimeerde gedichten. Een beetje dichter heeft tegenwoordig een eigen site met een selectie uit zijn oeuvre, met filmpjes van voordrachten of poëtische podcasts.
En de ultieme inzegening: het literair tijdschrift De Brakke Hond wijdt haar winternummer volledig aan “Poëzie & Internet”. Daarin vind je onder meer een interessante verklaring voor het succes van poëzie op het web. Volgens Chrétien Breukers is het gewoon een kwestie van formaat: “In een wereld waar content kort en catchy dient te zijn, biedt het gemiddelde gedicht de ideale tekstlengte en impact”. Rutger H. Cornets De Groot benadrukt dan weer het “filmisch lezen”. Op het internet vind je gedichten met bewegende beelden, geluid, hyperlinks en massa’s andere toepassingen.
Wat zeker ook een rol speelt is de speel-factor van het internet. Iedereen met inspiratie kan aan de slag. Zet je eigen werk online, of schrijf samen met een groep onbekenden aan een wiki-gedicht. Ook flarf-en wordt steeds populairder. Flarf-gedichten zijn collages, opgebouwd uit de resultaten van een Google-zoekopdracht. De techniek levert verrassende resultaten op, gedichten met “sterke contrasten, veel emotie, vaart, beweging, perspectiefwisselingen, amusement en aanstootgevende taal”. Net als bij een wiki-gedicht werken verschillende dichters samen aan één flarf-gedicht, over geografische en andere grenzen heen. Je moet al je best doen om de echo’s van het dadaïsme niet te horen: anti-elitair, intuïtief en speels knip- en plakwerk.
Toch zou het misleidend te zijn om te denken dat deze experimentele en multimediale vormen de hoofdmoot vormen van de poëzie die je op het internet vindt. Het gros van gedichtensites toont zich om ter klassiekst. Internet is geen kwaadaardig woekervirus dat papieren bundels dreigt te versmachten, maar een interessante extensie van de dichtkunst.



29/01/2009 om 17:41
een video die ik maakte om mijn tweede dichtbundel te promoten (gezien ik zelf niet voordraag) en die naar ik denk toch wel een paar clichés op de helling zet
http://nl.youtube.com/watch?v=f1vYSMiZC-E&feature=channel_page
05/05/2009 om 11:21
Interessant, de voordrachten via Youtube van Victor Hugo en vandaar uit Voltaire (in dat geval liefst zonder de animatie) vond ik uitstekend-sprekend. Een goede aanzet om de rest te bekijken.