Logo


08 februari 2012 19:41

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Poëzie: de strijd tegen clichés

Dichters zijn dronkenlappen

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]


[Een portret van dichter Dylan Thomas,1997]

Een echte dichter moet dronken kunnen worden van een glas water, vond Henry David Thoreau. De man was een idealist. In werkelijkheid wemelt het in de poëzie van de getalenteerde roeshoofden.

Il faut être toujours ivre” , schreef een van hen, de Franse dichter Charles Baudelaire.

“Mais de quoi ?
De vin, de poésie, ou de vertu, à votre guise.
Mais énivrez-vous”.

Maakt niet uit waar je dronken van wordt, vond hij, àls je maar dronken wordt. Met zijn vileine nevenschikking maakt hij duidelijk dat deugdzaamheid niet superieur is aan zuipen, maar  gewoon een andere methode om jezelf te ontvluchten in een artificieel paradijs.

Baudelaires vakbroeders hebben goed naar hem geluisterd.  De lijst van laveloze poëeten is eindeloos, en de link tussen poëzie en alcohol zo sterk dat men tijdens de prohibitie in Amerika in lange krantenstukken speculeerde over de literaire effecten van het verdwijnen van alcohol.

“I’ve had 18 straight whiskies, i think that’s the record” zou Dylan Thomas gezegd hebben op de avond van zijn laatste drinkgelag. De mythes over het drankgebruik van schrijvende roeszoekers zijn vandaag vaak gekender dan hun werk. Bij de meest roekelozen onder hen overhaastte het de komst van die finale ontnuchtering, de dood. Edgar Allen Poe, Paul Verlaine,Malcolm Lowry- op hen zijn deze onsterfelijke woorden van de niet minder dorstige dichteres Edna St Vincent - Millay, van toepassing :

My candle burns at both ends; / It will not last the night; / But, ah, my foes, and, oh, my friends– / It gives a lovely light.

Wat dreef al deze dichters in de armen van de drank ? Beoogden ze die ontregeling van alle zintuigen die een ziener van hen kon maken ? Waren het geniale geesteszieken die hun overgevoeligheid wilden verdoven ? Wilden ze de bourgeois épateren ? Verveelden ze zich ? All or none of the above ? Maakt het iets uit  ?

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[Roeszoeker Jotie ' Hooft, Histories, 1999]

Misschien niet voor hun lezers,  maar het fenomeen blijft dokters fascineren. Donald Goodwin schreef er in de jaren 80 van de vorige eeuw een boek over met de sobere titel “Alcohol and the writer”. Zijn (vooral op Amerikaanse schrijvers toegespitste) theorie komt er, in vereenvoudigde vorm, op neer dat schrijvers en dichters veelal eenzaten zijn die daardoor een rijkgevuld fantasieleven ontwikkelen. Alcohol stimuleert die fantasie nog, zeker bij schizofrene types, die sowieso al in een gevangenis van eigen makelij leven. Samengevat :  alcoholische einzelgängers met schizofrene trekjes zijn de beste schrijvers.

Erg overtuigend is Goodwin niet. Want misschien klopt de muze nog wel eens bij je aan, maar hoe goed schrijf je als je continu beschonken bent ? Daarover spreekt schrijver John Lanchester zich niet uit, maar hij weet één ding :  ” Poetry is the only thing you can read when you are drunk”.

Reageer