Een gedicht moet je horen
28 januari 2009
[Johan Loos op 8-beaux-forts in Bozar, 1988]
De leeskamer lijkt steeds minder de natuurlijke biotoop van Het Woord. Performance poëzie, rap en spoken word: de poëzie keert de laatste jaren terug naar de straat, waar ze vandaan komt.
Poëzie ontstond als middel om teksten beter te kunnen onthouden, en ze mondeling makkelijk door te kunnen geven. Naar poëzie werd geluisterd, ze werd veel minder gelezen. In de Klassieke Oudheid was het bijvoorbeeld de gewoonte om tijdens uitgebreide diners te luisteren naar redenaars die klassieke werken reciteerden. Eeuwen later schonken de rederijkers prijzen aan de beste voordragers en organiseerden ze literaire tournees. Domineedichters in de 19e eeuw zagen in orale poëzie dan weer het ideale vehikel om lesjes over God, het vaderland en het gezin onder zoveel mogelijk mensen te verspreiden. In de jaren ’60 en ‘70 dynamiteerden asfaltpoëten, performancedichters, en beatpoets het academische literaire establishment. Sindsdien is de honger naar het gesproken woord alleen maar toegenomen. meer lezen …


