Logo


03 september 2010 00:23

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Poëzie: de strijd tegen clichés

Dichters kennen niks van sport

Passie, daar draait het om. Zowel in sport als in kunst. En dat trekt een aantal kunstenaars dan ook zo aan in sport. Werelden die mijlenver uit elkaar lijken te staan, vinden elkaar toch in de passie. In Nederland bestaat er zelfs een heel literair tijdschrift dat aan de nobele kunst van het voetballen gewijd is.

Herman de Coninck is een mooi voorbeeld. Hij hield van voetbal, en schreef een gedicht over Johan Cruijff - over de schoonheid van diens bewegingen. De Coninck droeg het gedicht ooit voor in de documentaire “Voetbalminnaars” van Erik Van Looy, filmregisseur (kunstenaar dus) én vurig supporter van FC Antwerp.

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[De volledige documentaire kan u bekijken op klara.be]

meer lezen …

Gedichten gaan over gevoel

Nee, de poëzie is er niet enkel om te koeren over onbereikbare liefdes en het snikken van gebroken harten te sublimeren. De avontuurlijke dichter zoekt zijn heil even graag in gruwel en griezel.

Dominee Andras Pandy, de man die zes leden van zijn gezin vermoordde door hen op te lossen in zwavelzuur, inspireerde Luuk Gruwez tot een gedicht in zijn bundel “Allemansgek”. Tekstschrijver Fritz Van Den Heuvel verwerkte hetzelfde verhaal tot de vrolijke meezinger “Handy Pandy”. Een fragment:

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[Man Bijt Hond, 2002]

Poëzie is ook perfect inzetbaar om routineklusjes te verlichten. Het aflezen van pagina’s lange verkeersproblemen kan een corvee zijn, zo weet radioman Lode Roels. Grootmeesters Benno Barnard en Koen Stassijns haalden zijn tekst daarom door hun magische dichtmolen en bewezen dat een snuifje ritme en rijm wonderen kan doen.

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[Man Bijt Hond, 2000]

Gedichten zijn onvertaalbaar

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[Juliette Gréco leest 'Minne' van Hadewych, 1966]

“Poetry is what is lost in translation”

Met deze oneliner veegt de Amerikaanse dichter Robert Frost op koninklijke wijze het idee van tafel dat poëzie voor vertaling vatbaar is. Als het aan hem lag, waren we gedoemd enkel gedichten te lezen in de talen die we beheersen en, laat ons eerlijk zijn, dat zijn er niet bijster veel.

Volgens vertaalwetenschapper Cees Koster ligt het romantische begrip ‘oorspronkelijkheid‘ aan de basis van de hardnekkige opvatting dat poëzie onvertaalbaar zou zijn: kunst hoort uniek en authentiek te zijn, dus elke poging tot herhaling (vertaling) doet afbreuk aan het origineel. Vertalers zijn verraders, ‘traduttore, traditore’, een strenge veroordeling die hen er niet van weerhoudt te blijven proberen. Gelukkig maar.

meer lezen …