Logo


03 september 2010 00:32

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Poëzie: de strijd tegen clichés

Dichters zijn losers

Wie is er beter geplaatst dan de winnaar om te vertellen wat een verliezer een verliezer maakt? Alleen wie op het hoogste treetje van het ereschavot staat, ziet wie er al kale plekken krijgt. Daarom heb ik een reeks winners uit het poëzieconcours een vraag gesteld. Deze luidde: Wanneer is een dichter volgens u een loser? Ze kregen 100 woorden.

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

‘Een dichter is een loser als hij niet zijn best doet op zijn voordracht en onnodig moeilijke gedichten schrijft, wat niet wil zeggen dat een gedicht niet een bepaalde gelaagdheid moet bevatten.’

Tsead Bruinja, winnaar campagnevoeren voor de verkiezing van de dichter des vaderlands


‘Een dichter is een loser als hij zichzelf als winnaar probeert te presenteren. Want dichters zijn geen winnaars, maar glorieuze verliezers. Een nog érgere loser is de dichter die eerst zegt dat hij geen campagne wil voeren om Dichter des Vaderlands (een Nederlands fenomeen) te worden, en het
dan toch doet - waarbij hij en passant een collega door de modder haalt. Nee, ik noem geen namen, maar God en Ramsey Nasr weten wie ik bedoel…’

Chrétien Breukers, drager van verschillende maatschappelijke en literaire eretekens vanwege het bezielen van De Contrabas, veruit het meest relevante poëzieblog in het Nederlandstalige gebied.


(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

‘Een dichter is een loser als hij probeert prijswinnende collega-dichters te imiteren. Als hij een neusje ontwikkeld denkt te hebben voor wat goed ‘valt’. Als hij berekend opereert onder het mom van literatuur. Als hij twintig succesvolle collega-dichters vraagt om zijn manuscript mee te lezen die hij vervolgens alle twintig uitvoerig in het nawoord van zijn boek gaat bedanken. Een dichter is een loser als hij geen talent voor dichten heeft maar dat geen beletsel vindt om poëzie te publiceren.’

Erik Jan Harmens, winnaar nationale Poetry Slam-kampioen 2002. En hopelijk nog veel meer.


‘Krijg ik maar 100 woorden om op je vraag te antwoorden? Wat is dat nu voor bullshit. Als het zo zit: alle dichters die zich aan zulke onzinnige regels houden, zijn losers. En alle dichters wier gedichten minder dan 100 woorden bevatten, zijn losers. En alle dichters die niet meer dan drie woorden per vers schrijven, zijn losers. En alle dichters die in alle ernst durven schrijven: “Dichten om harten te veroveren: het is wat elke dichter doet,” zijn losers. En alle dichters zonder rijbewijs zijn losers. En alle dichters die mij mailen met de vraag of ze ergens betaald kunnen optreden, zijn losers. En alle dichters die met muzikanten optreden, zijn losers. En alle dichters die met een blik op het nageslacht bij elke frutsel de datum schrijven, zijn losers. En alle dichters die het lettertype van hun bundel niet kennen, zijn losers. Alleen dichters die zich laten bekruipen door Lieven Vandenhaute zijn geen losers, maar mietjes.’

Xavier Roelens, eeuwige tweede bij Lieven Vandenhaute-lookalike contests.


‘Onder dichters is de grootste loser wat mij betreft de dichter die zijn dichterschap vormgeeft door zichzelf te tooien met een cliché. Het ergste is dan als hij daarbij kiest voor het cliché van de dichter als loser, als ongeluksvogel, als mislukkeling. Een dichterschap dat ontstaat in een periode van crisis - en dat geldt voor veel dichterschappen - loopt het gevaar vervolgens van crisis afhankelijk te zijn. En als ongeluk, drama, destructie je bron wordt, dan is de verleiding groot om je daar steeds weer mee in te laten. Bovendien: als je geen goede gedichten schrijft, kun je er als lijdende, voor niets deugende kunstenaar ten minste nog uitzien als een echte dichter. Als je geluk hebt, spring je uiteindelijk van het Hilton, papegaaien journalisten elkaar na dat je je dood zo prachtig hebt vormgegeven in de geest van je wilde leven en gelooft iedereen dat ook. Maar waarschijnlijker is een realiteit die ik al meermalen van dichtbij heb meegemaakt, waarin talentvolle dichters door de mislukking die ze zelf hebben verkozen worden opgebroken en verdwijnen in doelloosheid, drank en marihuana.’

Joost Baars, factotum en all-round inspirator in het Amsterdamse poëziecentrum Perdu


(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

‘Een dichter kan geen loser zijn want hij is dichter. Wel jammer zijn poëten die de kostbare tijd die ze zouden moeten besteden aan het dichten, verspillen aan internetrelletjes. Wie weet hoeveel prachtige verzen de mensheid is misgelopen doordat sommige dichters liever bekvechten in plaats van schrijven. Waarom het niet, zoals vroeger, gewoon per vuist uitvechten (denk aan de match Nijhoff-du Perron, 1931)? Ben je één avond aan kwijt in plaats van drie jaar gefrustreerd achter je weblog te zitten. De sla-erop-methode is weliswaar moreel ietwat ambigu en levert hersenschade op maar ook meer poëzie. En daar gaat het uiteindelijk om!’

Ellen Deckwitz, winnaar Meander Dichtersprijs 2009


‘’s Zomers zonnen alleen de lelijke vrouwen topless. En op literaire avonden dragen alleen de werkelijk slechte dichters eindeloos lang voor. Dit zijn natuurwetten. Vrijwel elke literaire avond heeft er één, maar de organisatie heeft het meestal pas door als de bewuste dichter de hem toegemeten tijd heeft verdubbeld, en hij nog steeds geen aanstalten maakt om af te ronden. Toch was hij van tevoren al te herkennen, want hij was degene die al drie kwartier van tevoren aanwezig was en tegen de geluidsman oreerde over Grote Poëzie. En altijd dat raadsel: waarom begreep niemand dat glimlachje op tijd?’

Edwin Fagel, winnaar Jo Peters Poëzieprijs 2008


‘Alle clichés over dichters zijn waar, dichters zíjn losers. De meeste andere mensen overigens ook.’

Saskia de Jong, winnaar van Gedichtendagprijs 2007


‘Laat mij geen wetten of etiquette voorschrijven. Wie binnen geijkte lijnen kleurt - brave schoonzoonsyndroom - moet geen keurslijven maken voor wie erbuiten exploreert. Verkenning is nodig. Reflectie op poëzie ook. Maar een dichter, ook strijdbaar, blijft een dichter. Wie gedreven wordt door macht, verliest volgens mij. Wat als je zoals ik tijdens mijn afgelopen poëziereis in een eigen dwangbuis verstrikte? (Bepaalde poëmen - bv. buitensporig personage als Enterhaeck, kunstconsumptie soms ontregelende - kon ik theatraal uitvergroten, ten koste van de perceptie.) Breek jezelf dan weer af, zoals die verwenste Haeck zong, youtubers. Maar besef dat HH tientallen andersoortige pijlen op de boog heeft.’

Peter Holvoet-Hanssen, winnaar van de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap

Klik hier voor de blog van Thomas Blondeau op klara.be